Frits en zo: een tussenstand

posted in: frits | 0

Sinds deze week heeft Frits een gezicht. Zijn officiële naam luidt cT3a n0m0, dat was al bekend, maar Frits bekt een stuk beter. Hij meet 1,25 cm en is voor de medische leek niet te onderscheiden van een bloeding. Gelukkig maar dat anderen wel snappen wat er op zo’n scan nu precies te zien is en dat ze weten hoe ze de ene zwarte vlek van de andere moeten onderscheiden. Het is tijd om eens een paar dingen op een rijtje te zetten.

  1. Wat er op je afkomt bij de diagnose kanker is moeilijk voor te stellen als je dat nog nooit aan den lijve hebt ondervonden. Van 2 x per jaar naar de dokter naar 11 keer per maand is één aspect, de reacties op het nieuws een ander. Een hoop mensen beginnen gelijk meewarig te kijken alsof je al dood bent, dat is even wennen.
  2. De artsen die ik tot nu toe ben tegengekomen zijn wars van wolligheid. Duidelijke, directe taal, duidelijke regels en de verwachting dat je je ook zelf bezighoudt met wat je nu precies mankeert. Het gesprek met de radioloog van afgelopen maandag leek deels op een overhoring, maar er wordt grondig voor gezorgd dat je zelf heel precies weet welke stappen er waarom worden ondernomen. Of ik artsen mag of niet doet niet ter zake. Principieel mag ik alleen de huisarts, maar dat is een bonus die voor haar functioneren niet noodzakelijk is, voor de rest kijk ik alleen naar de vraag of iemand competent en zelfverzekerd overkomt. Vakmanschap,dat heb ik nodig en precies dat wil ik voelen.
  3. Vorig jaar december is er al een verhoogde psa-waarde gevonden, de toenmalige huisarts heeft besloten dat dat er niet toe deed en de boel ad acta gelegd. Het is een vorm van nalatigheid die mijn huidige huisarts ernstig dwarszit, ze heeft ook opgebeld om daar persoonlijk excuus voor te maken. Dat vind ik groots, normaal gesproken heb je vijf uitputtende jaren voor het tuchtcollege nodig om een arts – en dan nog knarsetandend – te horen toegeven dat er iets fout is gegaan. De gang van zaken heeft geen verdere schade aangericht, omdat prostaatkanker heel lang op hetzelfde niveau kan doorsluimeren, maar een zekere opluchting over de pensionering van de vorige huisarts kan ik niet ontkennen, temeer omdat het dezelfde is, die een paar jaar geleden mijn meisje voor haar symptomen naar een hersenscan stuurde. Toen ze voor de scan in het ziekenhuis flauwviel werden er longembolieën ontdekt.
  4. Nu het hele zorgtraject in kaart is gebracht en opgestart, wordt alles een beetje rustiger en krijgen we de gelegenheid de boel een beetje op ons in te laten werken. Gisteren heb ik een buikprik gekregen en over twee weken denk ik dus voor twee jaar net zo vaak aan seks als een fossiel. Hoe dat psychisch neer zal slaan, daar heb ik nog geen enkele voorstelling van, tenslotte weet niemand hoe het is om geen seksuele voorstellingen te hebben. Ik heb angstvisioenen over hoe mijn meisje zich wanhopig zelf ligt te bevredigen terwijl ik daarnaast de Margriet lig te lezen. Eind januari begint de bestraling, Zeven weken lang vijf keer per week naar Alkmaar met het kankerbusje. Dat is een hoop, maar we hebben nu even twee maanden zonder afspraken de tijd om alles op een rijtje te zetten en nieuw evenwicht te vinden. Dat is ook nodig, want we zijn beiden behoorlijk uitgeput van de afgelopen weken.
  5. Op de meewarige kijkers na voor mijn omgeving niets dan lof. Er was grote interesse en veel warmte, ook van mensen die ik al jaren niet meer had gezien of gehoord, virtueel en irl. Ook op mijn werk is met de grootst mogelijke empathie gereageerd en dat is niet vanzelfsprekend. Het gevoel, niet alleen te staan, is belangrijk. Op deze plaats daarom een hele grote dank aan iedereen die in de afgelopen weken een steuntje in de rug kwam geven.
  6. Het moeilijkste van alles is accepteren dat je ziek bent. Vooral als je bijna niets voelt en eigenlijk alles mag is het moeilijk te begrijpen dat je plekje van 1,25 cm – kleiner dan de gemiddelde steenpuist – belangrijker is dan de godsgruwelijke verkoudheid waar je vorige week van liep te snotteren en hoesten en die bij elkaar veel meer geschikt was om je het gevoel te geven dat het einde nabij is. Ik moet straks op mijn werk uitleggen dat ik alles kan en mag en alleen last heb van een overweldigende moeheid, maar zij doen het liever voorzichtig aan met me. Ik vlieg intussen echter tegen de muren op, stilzitten is niet een van mijn favoriete bezigheden.
  7. Ik schrijf dit blog niet, omdat ik een aandachtshoer ben. Ik schrijf omdat dat is, wat ik het beste kan, en het is een uitlaatklep voor het kanaliseren en relativeren van emoties die anders maar een verstoppende invloed zouden hebben.
  8. Om met de grote J.C. te spreken: “ieder nadeel hep ze voordeel”: Een waar woord, sinds de diagnose heb ik opeens een stuk minder last van mijn likdoorn.

Mocht er in de komende tijd iets nieuws- cq schrijvenswaardigs zijn, dan zal ik daar op deze plaats over berichten.  Voor dit moment dank ik iedereen even  voor de aandacht en het lezen.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Leave a Reply