Beter worden is niet voor watjes – Daniëlle Pinedo/Bart van Eldert

posted in: leestafel | 0

“‘Waarom ik?’ is alleen een goede vraag als het je eerste woordjes zijn”  (Bart van Eldert)

 

De verkoopster van de boekwinkel vertelde me in antwoord op een cynische opmerking dat er nog nooit iemand om een cadeauverpakking had gevraagd. Of ik er misschien wel een wilde? Nee dus, ook mij heeft de werkelijkheid naar dit boek gewaaid en of ik het zonder tumor zou hebben gelezen, is een open vraag. Ik ben wel blij dát ik het heb gelezen en ik kan het iedereen zonder tumor warm aanbevelen. Geschreven door een sport- en een economiejournalist beschrijft het, wars van wolligheid en gelardeerd met een stevige scheut humor, het wederopbouwproces na een levensbedreigende ziekte. Het is niet alleen een boek over “die nare ziekte”, maar het is ook een boek over menswording, introspectie, herweging van gewoontes en overtuigingen  tussen de chemo’s en borstamputaties door. En uiteindelijk ook gewoon een verhaal over een prachtige vriendschap.

Dat klinkt naar heel veel gewicht en dat torsen de regels ook wel, maar het is ontzettend goed geschreven en de inslag blijft positief, ondanks alle open vragen, die onlosmakelijk met kanker verbonden zijn. Het boek was oorspronkelijk opgezet met de intentie, tijdens het ziekteproces elkaars journalist te zijn, en bestaat uit de e-mailcorrespondentie tussen beide journalisten en tenslotte vrienden voor het leven. Die aanpak staat garant voor directe vragen zonder handschoentjes en dito antwoorden.

De titel raakt aan een belangrijk punt waar veel patiënten tegenop lopen: de gezonde wereld vindt ziek zijn een stuk interessanter dan beter worden. Niemand snapt, waarom iemand die er volslagen normaal uitziet, vaak maar energie voor een paar uurtjes kan opbrengen en daarna dringend naar bed moet om bij het avondeten weer rechtop te kunnen zitten. Dictatuur van de gezonden noemt Van Eldert het ergens in een opstandige bui en ik begrijp wat hij bedoelt. Die permanente confrontatie met voor anderen niet-bestaande grenzen, al is het maar omdat je in een aanval van jolig optimisme hebt besloten om eens een keer lekker na twaalven op te blijven en  een fijne  b-film te pakken. Lang voor de eerste gevechtshandelingen ben je ingeslapen. Een gezellig café voor kankerpatiënten zou om drie uur ‘s middags bomvol zitten en om half vijf weer uitgestorven zijn, anders zijn ze te moe voor het avondeten.

Iedereen is mens, maar mensen die een levensbedreigende ziekte hebben overleefd, weten vaak uit dat menszijn meer te peuren. Of je er een beter mens van wordt is een andere vraag, maar het is definitief ook een reinigingsproces, dat ver uitstijgt boven het langzaam uitplassen van je moeilijke cellen. En, zoals gezegd, er valt genoeg te (grim)lachen. Lees dat boek!

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Leave a Reply