Netjes praten

posted in: krabbels in de marge | 0

 

maxresdefault[1]

Net als alle andere landen heeft ook Nederland speciaal getraind tv-personeel voor het verklappen van het weer van morgen c.q. uitleg over het weer van vandaag. Naast erkende regenkanonnen als Gerrit Hiemstra en Marco Verhoef wordt het slechte nieuws van morgen sinds enige jaren ook gebracht door Willemijn Hoebert. Willemijn is een rasechte Haagse, een top weerwêf. Dat zou je tenminste denken, maar ze is geboren in Wilnis, toch meer  een Utrechts huis van doffe klinkers. Met het werk van haar vader verhuisde ze mee naar Indonesië en Portugal en op haar dertiende terug naar Nederland, naar Wageningen. Hoe ze aan dat sappige Haags komt is dus niet helemaal duidelijk, maar het is er, voor heel Nederland hoorbaar. En daar begint de ellende, want iemand schijnt haar te hebben wijsgemaakt dat Haags not done is en dat ze maar beter ABN kon gaan leren, zodoende ging Willemijn aan de logopedie. In goed Haags: de taallèjâh liep bè de spleitebeul (niet te verwarren met de gynaecoloog).

Het resultaat is rampzalig, alsof je een dobermann chihuahuaans leert. Ten eerste onthoudt ze haar lessen de ene dag beter dan de andere, dus ze zwalkt in haar interpretatie van het Nederlands ergens tussen een Aerdenhoutse alcoholist en een blanke Haagse rapper en soms is ze dat ook tegelijk. Ten tweede zijn de logopedisch verantwoorde denkpauzes voor “moeilijke woorden” (in het Haags dus alles met een ij/ei, een au/ou, een ui en -en aan het einde) feitelijk alleen onvrijwillig komisch voor de luisteraar, maar je krijgt er niet de indruk van dat ze het nu makkelijker heeft met spreken en al helemaal niet dat het beter klinkt. Wat op zijn best  het Westvlaams van de Randstad kan zijn, verwordt in haar mond al bij het eerste lagedrukgebied tot een serie geforceerde krampklanken.

Ten derde, en dat telt voor mij het zwaarst: vroeger kreeg je als dialectspreker te horen dat je met een dergelijke taal nooit een behoorlijke baan zou kunnen vinden. Voor sociolecten, zoals de meeste stadstalen dat zijn, gold dat nog meer, want zulke talen werden en worden gezien als onlosmakelijk verbonden met een bepaalde sociaaleconomische status, normaal gesproken is dat er een, waarbij afkeurend wordt gekeken. Willemijn, die zich met haar academische lauweren om het vinden van een goede baan sowieso al geen zorgen meer hoefde te maken, had hier een krachtig statement voor het Haags kunnen maken, maar in plaats daarvan vluchtte ze laf in een zouteloos massa-ABN, dat ze dan nog niet eens écht volgens de regels uitspreekt. Onder de streep blijft er voor de kijker in plaats van het weer slechts een wanhopige worsteling met de eigen identiteit hangen.

Morrage pleurt de hemel op je knètâh. Blèf lèkâh binne“. Dat soort commentaren zou hoogst welkom zijn binnen het vastgeroeste taalstramien van de Nederlandse meteorologie, het kan allemaal veel sappiger. Iemand met al het benodigde gereedschap daartoe zichzelf zo te zien castreren als het Willemijn doet, dag in, dag uit, doet meer pijn dan de hele herfstverwachting bij elkaar.

P.S.: De werkelijkheid blijft een weerbarstig ding. Ik schreef dit stukje voor het journaal van 8 uur van gisteren en wel naar aanleiding van het journaal van eergisteren. En wat zag Nederland gisteren om 20.15? Een volslagen ontremde Willemijn, die alle logopedifiele aanwijzingen overboord gooide en er lekker op los knetterde. Toch blijft dit stukje actueel, want zulke dagen heeft ze al eerder gehad, uiteindelijk vluchtte ze toch steeds weer in die waanvoorstelling van netjes praten.

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

Leave a Reply