impressie prinsentuin 2016

posted in: krabbels in de marge | 2
karin beumkes leeft toe naar de prinsentuin
karin beumkes leeft toe naar de prinsentuin

 

gedegradeerd tot drager van beumsche poëzie en koolzuurhoudende verfrissingen hobbelde ik de afgelopen dagen door groningen, waar van de 22e tot en met de 24e de editie 2016 van dichters in de prinsentuin op het programma stond, met mijn meisje als deelnemer. we hadden ons verblijf grootstedelijk aangepakt met een hotel op de grote markt, waar je beter kon baden en slapen dan roken en het uitzicht was voorbehouden aan de kamers aan de andere kant van het hotel: wij keken naar de gerecyclede binnenplaats van de bijlmerbajes. ons verblijf heeft ons in ieder geval nadenkend gestemd over de kwaliteit van ons eigen bed, maar met poëzie heeft dat vooralsnog niets te maken.

de poëzie begon op vrijdag in de voormalige puddingfabriek, met een voordracht uit het oudste gedicht ter wereld, gilgamesh, door baban kurkiki.

baban kurkiri

baban is me als deelnemer aan diverse slams in het amsterdamse en utrechtse al een tijd bekend, als gilgamesh-vertolker wat minder, maar de arabische tekst heeft een melodieuze charme en schoonheid, waar je je als toehoorder in kunt wentelen zonder de nederlandse vertaling te kennen. de nederlandse vertaling vond ik persoonlijk enigszins teleurstellend, omdat er heel veel klank uit verdween.

de dichteressen kim moore en lidija dimkovska vervolgden het programma. het feministische gehalte van de eerste sprak mijn meisje aan, ik word onbehaaglijk van mannen, die poëtisch tot muisjes worden gestampt, anneke claus ging daar de volgende dag in de theetuin nog eens lekker mee door. de maatschappelijke bevlogenheid van nummer twee viel ook al in goede aarde bij mijn meisje, maar ook daar heb ik iets minder mee. in het algemeen vind ik dat poëzie zich maar zelden leent voor maatschappelijke stellingnames, omdat het al snel verzandt in pamflettisme, maar het soms snijdende sarcasme van mw. dimkovska, met name in een gedicht over vluchtelingenproblematiek, kon me wel degelijk bekoren. als afsluiter kwam jan baeke gedichten voordragen, die zouden zijn geschreven in de literaire traditie van mars. dat kun je geloven of ook niet en de innerlijke roop koos voor het laatste. ik had sterk het gevoel dat als ik – desgevraagd – zou zeggen dat ik alles kut vond, ik als blij antwoord zou krijgen dat dat komt, omdat op mars alles kut is. het zal, ik vond het gebouwen van gedichten met veel te veel inleiding en ondanks al het inleidende gekwebbel ontging me de relevantie van mars geheel.

de avond werd aan elkaar gespeeld door een volslagen waanzinnige gitarist, die mild begon als een soort van neil young in dead man, maar langzaam toegroeide naar een atonale chaos, waarop fred frith in zijn meest experimentele dagen jaloers zou zijn geweest.  de naam van deze gitarist blijkt niet meer te achterhalen, wees gewoon even voorzichtig met muzikaal ondersteunde poëzie-evenementen in noord-nederland.

wat op zaterdag allemaal volgde in de theetuin en de loofgangen, is te veel om op te noemen, maar naast streng toezicht op de voordracht van mijn meisje, heb ik nog met veel plezier staan luisteren naar menno wigman, die wel aangaf, zich momenteel in een diepe schrijfdip te bevinden. kijk, dat schept een band. het is in ieder geval goed om te horen dat het niet alleen ons poëtische stervelingen gebeurt, ook al heeft er verder niemand iets aan. ik heb me vooral onledig gehouden met de achterkant van de belgisch-nederlandse poëzie, en zodoende is er nu voor het eerst in de vaderlandse literatuurgeschiedenis een directe vergelijking mogelijk tussen de achterkant van bijvoorbeeld jan willem anker en anneke claus. de lezer is bij deze graag uitgenodigd deel te nemen aan het geven van namen aan al die zaterdagse achterkanten.  let niet op de data bij de foto’s, de techniek vertoonde serieuze tekortkomingen, vandaar ook de ontbrekende 50 overige dichters en fotografisch bewijsmateriaal voor ontmoetingen met o.a. jurgen smit en frans terken.

wat mij bij de poëzie opviel was een opvallend hoog gehalte aan proza

100_9356 - kopie 100_9358 - kopie 100_9359 - kopie 100_9360 - kopie 100_9361 - kopie 100_9362 - kopie 100_9363 - kopie 100_9367 - kopie 100_9368 - kopie 100_9370 100_9372 100_9373 100_9374 100_9376 100_9377 100_9378 - kopie 100_9379 - kopie

 

 

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

2 Responses

  1. Marc Tiefenthal

    Van de prins geen kwaad noch van zijn tuin – ik sta niet te dringen – of zijn café. Wijven die kijven en met de voetzool wrijven richting man, ‘t blijven wijven. De teloorgang van de poëzie is betreurenswaardig en brengt het voortbestaan van de mensheid in het gedrang

  2. “de teloorgang van de poëzie”

    is dat net zo’n soort angst als de ondergang van het avondland door de moslimhorden of zit je gewoon te lang naar pomgedichten te kijken? wees blij dat er nog mensen zijn, die festivals als dichters in de prinsentuin willen organiseren, dat er mensen zijn, die *niet* tevreden zijn met aan de zijlijn zitten en van de ondergang *geen* self fulfilling prophecy maken door zich zelf helemaal nergens voor in te zetten.

Leave a Reply