wigman en ik

posted in: krabbels in de marge | 2

Jaren geleden, om precies te zijn in 2007, schreef ik een gedicht, waar ik in eerste instantie best tevreden over was. Ik had er een titel voor, “ontaarden”, die misschien niet de beste was, maar hij deed het. Ik was blij, tot…

…ik al surfend op een gedicht van Menno Wigman stootte, “Grootsteeds” uit het jaar 2004 of 2005. Een gruwel, hij had een gedicht dat niet alleen hetzelfde thema behandelde, maar dat ook gelijkenissen in de opbouw vertoonde en het was ook nog eens een paar jaar voor het mijne geschreven. Nu kan ik er op zich best blij mee zijn dat ik een thema en een pointe deel met Menno Wigman, wiens gedichten ik niet eens op inhoud zou hoeven te lezen om ze mooi te kunnen vinden, eenvoudig omdat ze op zo’n natuurlijke manier harmoniëren en zo goed in hun melodie zitten, maar ik ben in mijn in schrijvende bestaantje grote waarde gaan hechten aan mijn eigen geluid. Indachtig de woorden van Renzo Kooi, de legendarische beheerder van schrijf.net: “ze willen allemaal maar dichter zijn, maar ze zouden eerst eens zichzelf moeten worden”.

Het zat me niet lekker, ik haalde mijn eigen gedicht van het net, gaf er de chagrijnige titel “rondje wigman” aan en stopte het in mijn mapje apocrief. Ik dacht er verder niet meer aan, tot ik bij de de NK slam 2011 op Menno als jurylid stootte. In de dampende rookkamer heb ik hem toen over mijn gedicht verteld en hij was er wel nieuwsgierig naar, dus ik stuurde het hem. Daarna deed koning toeval zijn werk: hij vergat me te antwoorden en ik bleef achter in de stellige overtuiging dat precies dat was gebeurd, waar ik zo bang voor was en wat ik al die tijd had willen vermijden, namelijk dat ik werd verdacht van plagiaat.

Afgelopen juli ontmoette ik Menno weer, bij Dichters in de Prinsentuin in Groningen, en besloot hem er nog eens op aan te spreken. Drie dagen na de Prinsentuin had ik een mailtje in mijn brievenbus met absolutie en de mededeling dat hij mijn gedicht fantasievoller vond. Ook als ik het er niet mee eens ben, steek ik dat graag in mijn zak. Zodoende presenteer ik hier met toch wel enige trots beide gedichten.

1280px-Menno_Wigman,_Deventer_6_augustus_2016[1]

 

Menno WigmanGrootsteeds

Wat ze vóór mij deed? Met Hugo at ze kreeft,
met Thomas reed ze door LA, met Sander sliep
ze in Berlijn, met Jean, met Stein… en ik,

zo groen in de geheime algebra
van ons geluk: wier haar, wier lippen en
wier oogopslag zie ik bij haar terug?

Ze weet niet dat ze net als Lisa lacht.
En ik zie niet wat ik van Hugo heb.
Maar na een week of zeven staat er ‘s nachts

een kring van schimmen rond ons bed te kijken
hoe traag, hoe teder en verbeten wij
hun diepste namen uit ons hoofd verdrijven.

roopontaarden / rondje wigman

ze stonden om ons bed
de laatste grootste eerste
en verloren liefdes

ze spraken eerst nog door ons heen
alsof we niet bestonden maar
naarmate we aan hoogte wonnen
werd het stiller wij verloren
grond en zij zakten er door

hun gezichten werden vager
alles in het vuur gereinigd
tot we daar tenslotte lagen
samen alleen en ontdaan
van alle namen

 

 

facebooktwittergoogle_pluslinkedinmail

2 Responses

  1. Marc Tiefenthal

    Wigman is behoorlijk concreet uit het bed aan het klappen; ontdaan van alle namen daarentegen is waar het in poëzie moet op staan. Inderdaad, je hebt gewonnen

    • leuk commentaar hoor, mijn ego groeit zo het raam uit en de prijsgekroonde lucht in, maar volgens mij kun je in de poëzie alleen bij pomgedichten winnen. ik houd wel van de lijstjes in wigmans gedicht, ik ben gek oo lijstjes, en zolang je van het concrete maar weet terug te vinden naar de poëzie, vind ik dat juist een prettig contrapunt.

Leave a Reply